WILLEM PERSOON

° Stekene, 1944


DE AUTEUR


Hij debuteerde in 1972 en publiceerde sindsdien negen bundels, waarvan o.a. Plantaardig (1974) en Het Niemandsuur (1977) nog beïnvloed werden door de Nieuw-Realisten van de jaren zestig.

In die periode maakte hij deel uit van het provocerend viertal jonge dichters in en rond het Land van Waas, samen met Walter Cruyssaert, Piet Brak en Kris Geerts.

Vanaf Regeneratie (1981) en Archeologie (1987) ging hij een eenzelvige post-romantische stijl volgen met meer en meer toepassingen van het rijmloze sonnet en kwatrijn. Dit wordt consequenter doorgezet in Onderzeeër (1997) na tien jaar zwijgen als dichter.

Tegelijk was Willem Persoon actief als beroepsjournalist bij Gazet van Antwerpen (1974-1997),  hij was de eerste biograaf van Anton van Wilderode, TV-pionier Mark Liebrecht en de etser Romain Malfliet. Hij schreef gidsen vanuit een cultuur-historische achtergrond over Brussel en het Land van Waas. Een kinderboek met illustraties van de bijzondere leerlingen van Bu.S.O. Katrinahof Antwerpen.

In 1981 bracht hij het massaspel Jan Van Steene op het marktplein in Stekene met zeven opvoeringen voor 12.000 toeschouwers.

Het nieuwe millennium werd een geheel nieuwe aanpak met vooral de nadruk op internationale bibliofiele uitwisselingsprojecten met beeldende kunstenaars en auteurs. Samen met grafica Veerle Rooms was hij mede-inventor, auteur en coördinator van o.a. De Rebus (2003), E-POS I en E-POS II met Zuid-Afrika, Hoogland/Laagland met daarin de portfolio Zand/Steen (2006), een samenwerking Vlaanderen- Zwitserland, Kanton Graubunden. Rusland-Siberië (2007) en Our Soldiers (2008-2011) met daarin zelfstandige bundel, een samenwerkingsproject Vlaanderen en Nieuw-Zeeland met als thema de waanzin van de Eerste Wereldoorlog en de rol van de Nieuw-Zeelanders in Flanders Fields.

In die periode verschenen de bundels Vuurmaker (2005) en Sub Rosa (2008), waarvan ook bibliofiele versies verschenen met grafische prenten van Veerle Rooms. Ook hier wordt een klassieke, rijmloze versvorm gebruikt.

In 2009 verscheen bij De Vries-Brouwers Magie in de Meander, een ‘frictie- fictie-realiteit’ roman over de ontdekking van de oudst gekende prehistorische tekeningen  en het drama van de Hugenoten in de Ardèche, Zuid-Frankrijk.

Vast medewerker aan diverse tijdschriften.




DE JOURNALIST



Van bloemist naar journalist. Het werd een hele stap in 1974 toen het ouderlijk bedrijf werd stopgezet, mede door de eerste oliecrisis. Dankzij enige ervaring in de weekbladenpers  - wat eerder een liefhebberij kon genoemd worden – werd het een jaar lang voorbereiding en zelfstudie om uiteindelijk de stoute schoenen aan te trekken en de redactie van Gazet van Antwerpen binnen te stappen met de stoute uitspraak: “Ik wil hier komen werken!”

Toen nog in de Nationalestraat gingen de wenkbrauwen omhoog, maar na een geslaagd examen werd het ook nog werkelijkheid. Onmiddellijk na de verhuis van de krant naar de nieuwe gebouwen op Linkeroever, werd begonnen op de Stadsredactie bij de ploeg van Jos Somers, waar in feite de stiel werd geleerd.

Na twee jaar stage kwam de officiële beroepsperskaart en begon een loopbaan die 23 jaar zou duren.

Het werden zeven jaren als stadsredacteur met een veelheid van activiteiten en onderwerpen: van ‘armen en benen’, tot rampen, branden, moorden, verdwijningen, gerechtelijke verslaggeving, betogingen, tot persoonlijke verhalen, reportagewerk en jawel, ook hier en daar wat in de culturele sector.

Met de uitbreiding van de regionale berichtgeving kwam er de promotie tot verantwoordelijkheid als kantoorchef van GVA voor de provincie Oost-Vlaanderen met zetel in Sint-Niklaas. Het werd een vergiftigd ‘geschenk’ waardoor steeds minder tijd kwam voor echt reportagewerk en administratieve dubbelfuncties de hoofdzaak werden.

Tussendoor werd ook literair werk gepubliceerd, wat eindigde in wat ze in hedendaagse termen ‘Burn Out’ zouden noemen, met ook familiale en persoonlijke gevolgen. Het gevolg was de overplaatsing naar de redactie Brussel, wat tegelijk geheel nieuwe perspectieven opende en ook de meest vruchtbare periode werd voor de journalistieke ambities. De voor de krant minder belangrijke regionale verslaggeving en eindredactie voor de Vlaams-Brabantse gemeenten werd er dan maar bij genomen.

Met de splitsing van de provincie Brabant kwam het zwaartepunt hiervoor in Leuven, wat een onzalige periode van twee jaar betekende, na de boeiende tijd in Brussel.

Vanaf half de jaren tachtig tot midden de jaren negentig volgden de onrust zaaiende gebeurtenissen zich op: De Bende van Nijvel, de Cellules Communistes Combatantes (CCC), de Zaak Haemers en Van den Boeynants, het Heizeldrama, de ramp met de Herald Free Enterprice, de vrijdagaanslagen bij de Franstalige universiteit in Brussel, de ontelbare betogingen (soms 9 per dag) waarvoor Brussel als Europese hoofdstad het actieterrein werd voor al het ongenoegen dat een uitweg zocht.

Maar ook de vele boeiende cultuuractiviteiten die een heerlijke compensatie betekenden voor het vele negatieve nieuws dat dagelijks moest gebracht worden.

Begin de jaren Negentig kwam het begin van het einde voor de zelfstandigheid van Gazet van Antwerpen. Niet alleen een vasthoudendheid aan het achterhaalde conservatieve wereldbeeld, maar ook een op tal van vlakken aantoonbaar wanbeleid, dwongen GVA tot een onderdeel van de Concentra-groep, lees: Het Belang van Limburg.

De regionale kantoren werden alle gesloten. Enkel in Brussel bleef nog een beperkte politieke redactie. Er werd teruggekeerd via de Stadsredactie op de Antwerpse Grote Markt, voor de regio Lier-Rupel, naar de plaats waar alles begon: de Linkeroever. Kort daarna werd het brugpensioen aangevraagd. Dit ging in op 1 februari 1997. De cirkel was rond.

 

© Willem Persoon 2014 ©